Geschiedenis Violieren

De Violieren is een rederijkerskamer die eerst vermeld werd in 1453 en deel uitmaakte van de kunsteraarsgilde Sint-Lucas..

De “prehistorie”

Rederijkerskamer “De Violieren” werd reeds vermeld in de helft van de 15de eeuw. In 1480 werd de Kamer in bescherming genomen “ende gevoecht bij de Gilde van Sint Lucas”. “De Violieren” is de Hoofdrederijkerskamer van het Markizaat Antwerpen.
Na de overwinning in het landjuweel te Gent in 1539, werd in 1561 de Antwerpse Kamer belast met de inrichting van het befaamde Landjuweel te Antwerpen, waar een uitvoerige en gedetailleerde verslaggeving van behouden is.
Na de woelige periodes die veroorzaakt werden door godsdienst- en andere geschillen, door de verdeling van de Nederlanden in Noord en Zuid, ontstond er een lange periode van inactiviteit.
Voor de Violieren zou dit duren tot 1887 en als er ondertussen al werking zou geweest zijn, werden er geen geschriften van teruggevonden om dit te staven.
Zeker is wel dat in 1887 er opnieuw werd aangeknoopt met de oude tradities en het was Willem Schepmans die de Kamer een tweede leven schonk.
Tradities werden opnieuw in ere hersteld en de Aloude Hoofdrederijkerskamer hervond zijn positie midden het Culturele leven in de Stad Antwerpen.
Sindsdien is er altijd een werking geweest van de Kamer, uiteraard met hoogten en laagten – al dan niet met culturele activiteit.

Willem Schepmans

In 1984 gingen een aantal mensen onder leiding van Clem Du Four over tot de herstichting van de Koninklijke Aloude Hoofdrederijkerskamer “De Violieren” in Antwerpen. In de statuten werd opgenomen dat deze Kamer werd gesticht in de veertiende eeuw. Historische documenten spreken echter van een eerste vermelding van “De Violieren” in 1453.
Was het nu de 14de of de 15de eeuw; het is allemaal te ver weg in de geschiedenis om daar alsnog achter te komen.
Na een periode die gekenmerkt werd door een hoogstaande en zeer kunstzinnige werking van de Kamer – “De Violieren” wonnen o.a. het Landjuweel te Diest in 1541 en organiseerden het beroemde landjuweel in 1561 te Antwerpen – verminderde toch haar werking en viel uiteindelijk stil in de 17de eeuw. Er was verder geen activiteit meer tot 1887 (één enkele vruchteloze poging niet te na gelaten rond 1853).
Willem Schepmans stichtte in 1887 – op 14 jarige leeftijd – de Speelgroep “De Violieren”. Onder zijn bezielende leiding groeide “De Violieren” opnieuw uit tot één van de belangrijkste Kamers van Antwerpen. En dàt is nu anno 2012 al meer dan 125 jaar geleden!
Wij kennen Willem Schepmans van de foto’s en de afbeeldingen die in het Violierenhuis te bekijken zijn. Willem Schepmans overleed in oktober 1944.
Uit een krantenartikel van ‘Het Laatste Nieuws’ van ‘donderdag 21 augustus 1952’ komen we iets meer over de persoon zelf te weten.
In dit artikel werd verslag uitgebracht van een herdenkingsplechtigheid voor Willem Schepmans door Het Vlaams Toneelverbond.
De plechtigheid was georganiseerd om in de wandelgangen van de Stadsschouwburg aan de Kipdorpbrug een bronzen plaket te onthullen met de beeltenis van de betreurde voorman. Het gebouw bestaat niet meer, maar sinds de ontmanteling hangt het bronzen plaket in het Violierenhuis.
Aan de hand van de tekst van die krant kunnen we ons een beeld vormen over de persoon van “Willem Schepmans”. Zoals reeds gesteld vatte hij het plan op tot:  Wederoprichting van De Aloude Rederijkerskamer “De Violieren”, letterkundige afdeling van de oude kunstschilders gilde “Sint Lucas”.

Samen met zes medestudenten bracht hij dit tot uitvoering op 25 maart 1887.
Willem Schepmans werd zelf de eerste Hoofdman en zou dat gedurende meer dan een halve eeuw blijven. Hij stond bekend als een geduldig en volhardend leider, die met gezag en warm idealisme zijn taak heeft waargenomen.
Samen met zijn medewerkers – zo gaat het verhaal verder – ” heeft hij “De Violieren” tot een zeer hoge bloei gebracht en deze Rederijkerskamer opgevoerd tot een der voornaamste culturele volksverenigingen van het Vlaamse land.”.  Willem Schepmans was ook actief buiten de Violieren.
Vooreerst zorgde hij ervoor dat de Antwerpse toneelkringen in één Verbond samen kwamen en later werd hij Voorzitter van het Nationaal Vlaams Toneelverbond. Hij ging ook over tot de groepering van de Aloude Rederijkerskamers van België in één Verbond, waarvan hij tot Euverdeken werd benoemd. In 1925 verscheen een lijvig boek van zijn hand over het ontstaan en de lotgevallen van talrijke kringen uit het Antwerpse: “Geschiedenis onzer Maatschappijen”.
Hij was aan een tweede boek begonnen, toen hij in zijn buitenverblijf te Westmalle overleed in oktober 1944, nog voor het einde van de oorlog.
De Violieren van vandaag behoren al tot de volgende generatie(s): kinderen van ín en van ná de oorlog.
Drie hoofdmannen zijn hem opgevolgd:   Clem Du Four, Paul Nunes.en Fons Schryvers (zie verder)

Clem Du Four (1930 – 2009)

 Hoofdman-Factor (1980 – 2003)  &  Hoofdman-ter-ere (2004 – 2009)

Clem Du Four werd op 5 maart 1930 geboren in Borgerhout. Vader en moeder Du Four waren beiden verbonden aan de opera in Antwerpen. Dat bracht mee, dat de jonge Clem reeds op 10 jarige leeftijd ook op het opera-podium terecht kwam. En daaruit volgde automatisch de rolletjes in de KNS als ‘jonge kerel’. Toen in de Belgische huiskamers de televisietoestellen hun intrede deden, zocht het NIR (voorloper van de BRT) jonge dynamische kerels als medewerkers aan jeugdprogramma’s. En zo kreeg Vlaanderen Clem te zien op het kleine scherm. Toneel was zijn hobby en passie. Hij werkte als operateur bij de Regie der Telefonie.En dat werk bood hem de faciliteit om in zijn vrije tijd volop aan theater te doen. Met een jonge dynamische groep richtten ze een eigen toneelkring op: J.E.U.G.D. Deze groep zou 30 jaar actief zijn – Clem was hier niet alleen speler en bestuurslid, maar werd ook de huisregisseur. Ook de ‘Regie’ had zo zijn eigen toneelactiviteiten en met een medewerker als Clem had de toneelafdeling “Club Télégrafique” de juiste man in huis. Zeer gevraagd als ‘jeune premier’ en één van de belangrijkste amateurspelers in het Antwerpse vertolkte hij vele belangrijke rollen. Ook andere gezelschappen, waaronder ‘Hoop en Liefde’ deed dikwijls beroep op hem. En toen ontdekte Leon Lambrecht J.E.U.G.D. en Clem Du Four. Leon was de conservator van de Aloude Hoofdrederijkers Kamer De Violieren en die hadden dringend behoefte aan een toneelgezelschap. Clem legde met zijn ploeg de basis voor de hernieuwde statuten van de Violieren in 1984. Hij werd Hoofdman-Factor en schreef in die functie een aantal eenaktertjes. Clem Du Four zetelde ook nog in diverse Raden en Besturen. Via het Secretariaat van de Commissie voor de Jeugd, belandde hij in het Hoofdbestuur van het KNTV (*), maar werd tegelijkertijd voorzitter van het Provinciaal Verbond en van het KVTA (*). Clem maakte ook deel uit van de “Commissie van Toezicht op het Koninklijk Landjuweel’. Hij was de secretaris van Amateurtoneel België-Nederland. Ook werd hij opgenomen in de IATA (*) – de Europese overkoepelende belangengroep voor amateurtoneel en bracht het daar tot ondervoorzitter van de groep Centraal Europa. De inzet in al deze commissies leverden hem en zijn groep interessante voorstellen op – met de Antwerpse toneelspelers brachten ze “De Bokken” een toneelstuk van Johan Boonen naar de Griekse tragedie van Aeschylus op het Internationaal Theaterfestival in Monaco. Een ander hoogtepunt in zijn carrière was de deelname met De Violieren aan het Landjuweel met “Anna Anna” in Torhout. Tenslotte verdient nog bijzonder vermeld, dat de Orde van de Schutsgilden hem vereremerkte als Officier in de “Orde van de Papegaey”.

(*) KNTV Koninklijk Nationaal Toneel Verbond

PTVA Provinciaal Toneel Verbond Antwerpen

KVTA Koninklijk Toneel Verbond van Antwerpen

IATA International Amateur Theatre Association

Paul Nunes (1950 – 2008)

Hoofdman-Factor (2004-2008) 

Paul Nunes werd geboren in Schiedam op 22 november 1950. Hij bracht zijn jeugd in Nederland door, en volgde daar een opleiding in autotechnieken. Het was door die technische specialisatie dat hij aan het werk ging in België eerst bij Daf Trucks en daarna bij de busbouwer British Leyland. Het leven in Vlaanderen beviel hem wel. Hij bouwde hier een nieuwe familie- en vriendenkring uit. Toen ontdekte hij het toneel in Antwerpen en sloot zich aan bij “De Violieren”. Een enthousiastere medewerker kon men zich nauwelijks voorstellen. Zijn inzet was totaal en quasi onvoorwaardelijk. Paul was één van de basisspelers van de groep en tekende voor verscheidene rollen in de Arenbergschouwburg, waar toen de Violieren hun producties brachten. Dat hij technisch onderlegd was, bracht ook mee dat hij zich niet alleen met de artistieke kant van het toneel bezig hield, maar ook decor, belichting en vooral geluid voor zijn rekening nam. Toen de Violieren een eigen stek vonden in een gebouw op de Sint-Nicolaasplaats: het Violierenhuis, was Paul een vaste werkkracht. Dat Violierenhuis en het Plaatske zouden ook een belangrijke rol blijven spelen in zijn leven. Hoe kon het anders of hij werd lid van de Raad van de Violieren waar hij diverse functies uitoefende. Zo was hij Deken van de Ghesellen, Redactieverantwoordelijke van de Violier en tot slot Hoofdman in 2004. Trouw aan de Violieren kon men steeds op hem rekenen.Hij was een waardevol helper bij alle projecten van de jeugdafdelingen “De Violierkens” en “Katharsis”. Straattoneel was hem op het lijf geschreven en zelf schreef hij ook enkele wagenspelen. Zo schreef en regisseerde hij: “Kerstmis op het Sint-Nicolaasplaatske” in 1992 voor een grote bezetting – dat (hoe kan het ook anders) opgevoerd werd in de Kersttijd én op het Sint-Nicolaasplaatske. Paul zetelde in het Comité van de Verenigde Rederijkers van Antwerpen. Als Griffier werd hij geïnstalleerd in de Orde van de Zeven Weeën. Bovendien was hij ook nog diverse keren gastspeler of technisch medewerker bij andere groepen, zoals: Het Gulden Masker, De Academie van Merksem, de Peerdestal van Napoleon en De Klauwaarts.

Door een vreselijke ziekte moest hij geleidelijk aan zijn taken doorgeven, maar bleef tot het laatste moment achter zijn geliefde Rederijkerskamer staan. Op 17 november 2008 heeft hij definitief afscheid genomen van alles wat hem dierbaar was. Met Paul verdween een zeer gedreven lid van De Violieren.

Actueel

Hoofdman Fons Schryvers

In 1987 kon men dan ook op luisterrijke wijze het centennium (eeuwfeest) van de kamer vieren. Op de datum van 26 april 1984 verwijzen de statuten naar een vernieuwd heropstarten van De Violieren. Het is voornamelijk onder impuls van Hoofdman-factor Clem Dufour (1930-2009) dat De Koninklijke Aloude Hoofdrederijkerskamer De Violieren volop nieuw leven wordt ingeblazen. Hij zal tot 2006 Hoofdman-factor blijven en wordt in 2006 benoemd tot “Hoofdman-ter-ere”.
Hij werd opgevolgd door Hoofdman-factor Paul Nunes (1950-2008).

Sinds 2009 is de huidige Hoofdman-factor Fons Schryvers.