Geschiedenis Violieren

De “prehistorie”

De Violieren is een rederijkerskamer die in maart 1382
in Antwerpen ontstaan is als de “Camere van Rhetorica “De Violiere”.
Een eerste vermelding vinden we terug in 1453 toen het gezelschap werd uitgenodigd door de “regering” van Leuven om aldaar een voorstelling te komen geven.
In 1480 werd de Kamer in bescherming genomen “ende gevoecht bij de Gilde van Sint Lucas”. “De Violieren” wordt de Hoofdrederijkerskamer van het Markizaat Antwerpen.
Na de overwinning in het landjuweel te Gent in 1539, werd in 1561 de Antwerpse Kamer belast met de inrichting van het befaamde Landjuweel te Antwerpen, waar een uitvoerige en gedetailleerde verslaggeving van behouden is. Na een periode die gekenmerkt werd door een hoogstaande en zeer kunstzinnige werking van de Kamer – “De Violieren” wonnen o.a. het Landjuweel te Diest in 1541 en organiseerden, zoals gezegd,  het beroemde landjuweel in 1561 te Antwerpen verminderde nadien haar werking om uiteindelijk n de 17e eeuw helemaal stil te vallen. Er was verder geen activiteit meer tot 1887 (één enkele vruchteloze poging rond 1853 niet te na gesproken).
Na de woelige periodes die veroorzaakt werden door godsdienst- en andere geschillen, door de verdeling van de Nederlanden in Noord en Zuid, was er een lange periode van inactiviteit.
Een decreet van 1796, uitgevaardigd tijdens de Franse Republiek, verbood zelfs alle Rederijkerskamers.
Voor de Violieren zou deze inactiviteit  duren tot 1887 en als er ondertussen al werking zou geweest zijn, dan werden er geen geschriften teruggevonden om dit te staven.
Een eerste poging tot herstichting was ter gelegenheid van de viering van de 200ste verjaardag van de stichting door David Teniers van de Koninklijke Academie voor Schoone Kunsten in 1864.
Zeker is dat in 1887 opnieuw werd aangeknoopt met de aloude tradities en het was Willem Schepmans die de Kamer een tweede leven schonk.
Tradities werden opnieuw in ere hersteld en de Aloude Hoofdrederijkerskamer hervond haar positie te midden van het culturele leven in de Stad Antwerpen.
Sindsdien is er altijd een werking geweest van de Kamer, uiteraard met hoogten en laagten , en al dan niet met culturele activiteit.

Willem Schepmans

Willem Schepmans stichtte in 1887 – op 14-jarige leeftijd – de Speelgroep “De Violieren”. Onder zijn bezielende leiding groeiden “De Violieren” opnieuw uit tot een van de belangrijkste Kamers van Antwerpen. En dàt is nu, anno 2018 al meer dan 130 jaar geleden!
Wij kennen Willem Schepmans van de foto’s en de afbeeldingen die in het Violierenhuis te bekijken zijn. Willem Schepmans overleed in oktober 1944.
Uit een krantenartikel van ‘Het Laatste Nieuws’ van ‘donderdag 21 augustus 1952’ komen we iets meer over de persoon zelf te weten.
In dit artikel werd verslag uitgebracht van een herdenkingsplechtigheid voor Willem Schepmans door Het Vlaams Toneelverbond.
De plechtigheid was georganiseerd om in de wandelgangen van de Stadsschouwburg aan de Kipdorpbrug een bronzen plaket te onthullen met de beeltenis van de betreurde voorman. Het gebouw bestaat niet meer, maar sinds de ontmanteling hangt het bronzen plaket in het Violierenhuis.
Aan de hand van de tekst van die krant kunnen we ons een beeld vormen over de persoon die  “Willem Schepmans” was. Zoals reeds gezegd vatte hij het plan op tot:  “Wederoprichting van De Aloude Rederijkerskamer -De Violieren-“, letterkundige afdeling van de oude kunstschilders-gilde “Sint- Lucas”.

Samen met zes medestudenten bracht hij dit tot uitvoering op 25 maart 1887.
Willem Schepmans werd zelf de eerste Hoofdman en zou dat gedurende meer dan een halve eeuw blijven. Hij stond bekend als een geduldige en volhardende leider, die met gezag en warm idealisme zijn taak heeft waargenomen.
Samen met zijn medewerkers – zo gaat het verhaal verder –  heeft hij “De Violieren” tot een zeer hoge bloei gebracht en deze Rederijkerskamer opgevoerd tot een der voornaamste culturele volksverenigingen van het Vlaamse land.  Willem Schepmans was ook actief buiten de Violieren.
Vooreerst zorgde hij ervoor dat de Antwerpse toneelkringen in één Verbond samen kwamen en later werd hij Voorzitter van het Nationaal Vlaams Toneelverbond. Hij ging ook over tot de groepering van de Aloude Rederijkerskamers van België in één Verbond, waarvan hij tot Euverdeken werd benoemd. In 1925 verscheen een lijvig boek van zijn hand over het ontstaan en de lotgevallen van talrijke kringen uit het Antwerpse: “Geschiedenis onzer Maatschappijen”.
Hij was net aan een tweede boek begonnen, toen hij in zijn buitenverblijf te Westmalle overleed in oktober 1944, nog voor het einde van de oorlog.
De Violieren van vandaag behoren al tot de volgende generatie(s): kinderen van ín en van ná de oorlog.

1944 – 1984

Na het overlijden van Schepmans hebben De Violieren volgende Hoofdmannen gekend:
1945      Frederik Van de Cauter                  (overleden 6 mei 1948)
1948      Henri Breugelmans
1951      Carlo Peeters
1953      Gustaaf Van de Velden
1955      Adolf Verbeelen
. . .
Na een lange periode  hebben de leden van de Violieren – die nog jaarlijks bijeen kwamen en de erfstukken van de Kamer beheerden  – contact opgenomen met Leon Lambrechts van “ J.E.U.G.D.” (zie verder) : een toneelvereniging uit het Antwerpse met als voorzitter Clem Du Four, om de toneel activiteit opnieuw op te starten.
Na overleg werd deze toneelgroep opgenomen in de Rederijkerskamer De Violieren. Er werden nieuwe statuten opgesteld (26.04.1984), er werd een nieuwe raad samengesteld met Clem Du Four als Hoofdman.

Clem Du Four (1930 – 2009)
 Hoofdman-Factor (1980 – 2004)  &  Hoofdman-ter-ere (2004 – 2009)

Clem Du Four werd op 5 maart 1930 geboren in Borgerhout. Vader en moeder Du Four waren beiden verbonden aan de opera in Antwerpen. Dat bracht mee, dat de jonge Clem reeds op 10-jarige leeftijd ook op het opera-podium terecht kwam. En daaruit volgden automatisch de rolletjes in de KNS als ‘jonge kerel’. Toen in de Belgische huiskamers de televisietoestellen hun intrede deden, zocht het NIR (voorloper van de BRT) jonge dynamische kerels als medewerkers voor jeugdprogramma’s. En zo kreeg Vlaanderen Clem te zien op het kleine scherm. Toneel was zijn hobby en passie. Hij werkte als operateur bij de Regie der Telefonie en dat werk bood hem de mogelijkheid om in zijn vrije tijd volop aan theater te doen. Met een jonge dynamische groep richtte hij een eigen toneelkring op: J.E.U.G.D. Deze groep zou 30 jaar actief zijn – Clem was hier niet alleen speler en bestuurslid, maar werd ook de huisregisseur. Ook de ‘Regie’ had zo haar eigen toneelactiviteiten en met een medewerker als Clem had de toneelafdeling “Club Télégrafique” de juiste man in huis. Zeer gevraagd als ‘jeune premier’ en een van de belangrijkste amateurspelers in het Antwerpse vertolkte hij vele belangrijke rollen. Ook andere gezelschappen, waaronder ‘Hoop en Liefde’ deden dikwijls beroep op hem. En toen ontdekte Leon Lambrecht J.E.U.G.D. en Clem Du Four. Leon was de conservator van de Aloude Hoofdrederijkerskamer De Violieren, en die hadden dringend behoefte aan een toneelgezelschap. Clem legde met zijn ploeg de basis voor de hernieuwde statuten van de Violieren in 1984. Onder  leiding van Clem Du Four bliezen een aantal mensen de Koninklijke Aloude Hoofdrederijkerskamer “De Violieren” in Antwerpen nieuw leven in.
Hij werd Hoofdman-Factor en schreef in die functie een aantal eenaktertjes. Clem Du Four zetelde ook nog in diverse Raden en Besturen. Via het Secretariaat van de Commissie voor de Jeugd, belandde hij in het Hoofdbestuur van het KNTV (*), maar werd tegelijkertijd voorzitter van het Provinciaal Verbond en van het
KVTA (*).
Clem maakte ook deel uit van de “Commissie van Toezicht op het Koninklijk Landjuweel’. Hij was de secretaris van Amateurtoneel België-Nederland. Hij werd ook opgenomen in de IATA (*) – de Europese overkoepelende belangengroep voor amateurtoneel en bracht het daar tot ondervoorzitter van de groep Centraal Europa. De inzet in al deze commissies leverden hem en zijn groep interessante voorstellen op – met de Antwerpse toneelspelers brachten ze “De Bokken” een toneelstuk van Johan Boonen naar de Griekse tragedie van Aeschylus op het Internationaal Theaterfestival in Monaco. Een ander hoogtepunt in zijn carrière was de deelname met De Violieren aan het Landjuweel in Torhout met “Anna Anna”. Tot slot verdient nog bijzonder vermeld –  dat de Orde van de Schutsgilden hem vereremerkte als Officier in de “Orde van de Papegaey”.
In 1987 werd op luisterrijke wijze het centennium (eeuwfeest) van de kamer gevierd.
Hij zou tot 2004 Hoofdman-factor blijven en werd in 2006 benoemd tot “Hoofdman-ter-ere”.

(*) KNTV Koninklijk Nationaal Toneel Verbond
PTVA Provinciaal Toneel Verbond Antwerpen
KVTA Koninklijk Toneel Verbond van Antwerpen
IATA International Amateur Theatre Association

Paul Nunes (1950 – 2008)
Hoofdman-Factor (2004-2008) 

Paul Nunes werd geboren in Schiedam op 22 november 1950. Hij bracht zijn jeugd in Nederland door, en volgde daar een opleiding in autotechnieken. Het was door die technische specialisatie dat hij aan het werk ging in België, eerst bij Daf Trucks en daarna bij de busbouwer British Leyland. Het leven in Vlaanderen beviel hem wel. Hij bouwde hier een nieuwe familie- en vriendenkring uit. Toen ontdekte hij het toneel in Antwerpen en sloot hij zich aan bij “De Violieren”. Een enthousiastere medewerker kon men zich nauwelijks voorstellen. Zijn inzet was totaal en quasi onvoorwaardelijk. Paul was een van de basisspelers van de groep en tekende voor verscheidene rollen in de Arenbergschouwburg, waar de Violieren in die tijd hun producties brachten. Dat hij technisch onderlegd was, bracht ook mee dat hij zich niet alleen met de artistieke kant van het toneel bezig hield, maar ook decor, belichting en vooral geluid voor zijn rekening nam. Toen de Violieren een eigen stek vonden in een gebouw op de Sint-Nicolaasplaats – het Violierenhuis -, was Paul een vaste werkkracht. Dat Violierenhuis en het Plaatske zouden ook een belangrijke rol blijven spelen in zijn leven. Hoe kon het anders of hij werd lid van de Raad van de Violieren waarin hij diverse functies uitoefende. Zo was hij Deken van de Ghesellen, Redactieverantwoordelijke van de Violier en tot slot Hoofdman in 2004. Trouw als hij was aan de Violieren kon men steeds op hem rekenen.Hij was een waardevolle helper bij alle projecten van de jeugdafdelingen “De Violierkens” en “Katharsis”. Straattoneel was hem op het lijf geschreven en zelf schreef hij ook enkele wagenspelen. Zo schreef en regisseerde hi in 1992 “Kerstmis op het Sint-Nicolaasplaatske” voor een grote bezetting – dat (hoe kan het ook anders) opgevoerd werd in de kersttijd én op het Sint-Nicolaasplaatske. Paul zetelde in het Comité van de Verenigde Rederijkers van Antwerpen. Als Griffier werd hij geïnstalleerd in de Orde van de Zeven Weeën. Bovendien was hij ook nog diverse keren gastspeler of technisch medewerker bij andere groepen, zoals: Het Gulden Masker, De Academie van Merksem, de Peerdestal van Napoleon en De Klauwaarts.
Door een vreselijke ziekte moest hij geleidelijk aan zijn taken doorgeven, maar hij bleef tot het laatste moment achter zijn geliefde Rederijkerskamer staan. Op 17 november 2008 heeft hij definitief afscheid genomen van alles wat hem dierbaar was. Met Paul verdween een zeer gedreven lid van De Violieren.

Actueel

Hoofdman Fons Schryvers

Sinds 2009 is Fons Schryvers de Hoofdman-factor.  In 2012 werd 125 jaar Violieren gevierd met een receptie en straattoneel even een terugkeer naar de “roots” van weleer.